...dat is Drie Koningen, of de Epifanie, om maar even overdreven compleet te zijn.

Onze pastoor heeft gisteren tijdens de Mis een hele mooie homilie gegeven (naar mijn mening, dan), en die wilde ik jullie niet onthouden.
Om officieel te doen, de tekst is van de hand van Plebaan R.R.B.M Wagenaar, dus niet van mij (ik heb het alleen maar overgetypt).
-------------------
Homilie Drie Koningen 2007Zoekers waren de Wijzen en ze gingen een nieuwe ster achterna. Waarom?
De tijden veranderen, maar één ding blijft door alle tijden heen: we blijven zoeken naar geluk. “Voor sommigen is het rijkdom, voor anderen macht en aanzien, voor weer anderen is het genieten. Voor nog weer anderen is het echter een vroom en deugdzaam leven,” zei Aristoteles al. De Heilige Augustinus zei: “Bemin, maar zie goed toe
wat je precies bemint.”
Niet alles wat geluk heet, is dit ook echt. Er zijn de laatste decennia een aantal dromen aan stukken geslagen. Een half continent heeft onder het communisme het geluk willen bouwen met uitsluiting van God, alleen steunend op menselijke krachten. Het kapitalisme doet in feite hetzelfde. In beide gevallen is er sprake van een grote spirituele leegte.
Zeker, bij ons wordt de vrijheid gerespecteerd, maar ze is stuurloos geworden. Men zoekt in alle richtingen. De laatste verkiezingen waren er een duidelijk voorbeeld van. De zoektocht naar geluk in onze dagen gaat alle kanten op; het verlangen is als het ware uiteengespat, wild geworden. Velen zoeken het geluk in het onmiddelijke: hebben, alles en liefst meteen. Anderen zoeken het in het lichaam: luxe, gezondheid/fitness, seksualiteit. Of men zoekt het in verdoving, ontsnappen aan de realiteit van het dagelijkse bestaan in drugs en alcohol. Geluk wordt ook gezocht in het godsdienstige – steeds meer, naar het lijkt. Veel mensen hebben het gevoel dat de ware vreugde van verder moet komen dan van trucs of menselijke inspanningen. Maar ook dit religieus geluksverlangen is ongeordend en wild geworden. Het gaat alle richtingen uit. Wat mysterieus lijkt en geheimzinnige krachten in zich schijnt te dragen is daarom God nog niet.
Gelukkig zijn er ook mensen in onze tijd die het geluk zoeken in Jezus’ boodschap. Het evangelie wijst de weg. Het is licht in de duisternis. Welke ster gaan wij achterna?
Geluk stoelt op waarheid. Maar wat is waarheid? Altijd heeft de mens vermoed dat die verder ligt dan wat hij direkt ziet en hoort of met zijn zinnen kan bereiken. Je kunt waarheid niet maken of naar je hand zetten: ze is er gewoon en je moet erin binnen gaan. Maar als, zoals in onze tijd, het ‘ik’ zichzelf centraal zet gaat men de waarheid manipuleren. De dingen moeten naar mij luisteren: ik ben de Heer. Hele regimes werden en worden daarop gebouwd.
Maria toont iets heel anders: zij gaat binnen in de waarheid die ze zelf niet maakt, maar die haar wordt aangezegd. Hoe kan dit geschieden? “…mij geschiedde naar Uw woord.” Weinig woorden, maar schroom en geloof. Leven is voor haar wachten en verwachten. Zo is Jozef. Hij denkt niet aan zichzelf, maar aan Maria. Geen woord is van hem bekend, maar hij luistert naar de engel. Gods ‘waarheid’ is groter Jozefs ervaring en hij neemt dat aan. Geloof en overgave zien we bij Jozef en Maria. Zij hebben hun waarheid opgegeven om binnen te treden in die van God.
Wij kunnen niet gelukkig worden als we niet de muren slopen rondom ons ‘ik’; als we niet openstaan voor het geheim van de andere, het andere en
de Andere. Er zit altijd meer in je vrouw, man, kinderen, buren, dan je kunt zien. Men kan niet gelukkig zijn als men de gebeurtenissen uit zijn leven, van vroeger en nu, niet kan lezen in de diepte. God is daarin aanwezig. Je kunt niet leven zonder geloof, niet gelukkig zijn zonder je te blijven verwonderen en dankbaar te zijn. Geluk wordt nooit meteen gegeven. Er bestaat geen direkte weg. Elke zoektocht naar geluk kent vele bochten. God heeft ons niet op een snelweg geplaatst. Er zijn vele voorlopige en gedeeltelijke vreugden. Daarmee leren leven is precies gelukkig zijn. Tijd doet rijpen. Als iets duidelijk is in de Bijbel is het de kunst om te wachten. Alle profeten wijzen erop dat het geluk komende is.
Mensen van verwachting zijn er zo rond Jezus’ geboorte: Zacharias en Elisabeth, de oude Simeon, de wetsgetrouwe man die Israels ‘vertroosting’ verwachtte. Maar er zijn bovenal de Wijzen, die van ver, langs kronkelwegen moeten komen. Ze weten wel wat ze zoeken, maar niet precies waar. Toch gaan ze op weg. Ze blijven niet in hun vertrouwde zekerheden zitten. En ze laten zich leiden door wie ze op hun weg ontmoeten: Herodes, hogepriesters en schriftgeleerden, en tenslotte door een ster. En prachtig voorbeeld van de kronkelende weg naar het geluk en de verplichte en voorlopige doorgangen waarlangs de zoeker heen moet.
Wij mogen doen zoals de Wijzen, op weg gaan, vertrouwen op wegwijzers die er staan naar God in ons leven - maar ook als ze verkeerd wijzen, ons niet uit het veld laten slaan of terugkeren naar huis - zonder uitgewerkt reisplan, maar tevreden zijn met dagreizen: “Geef voor één stap mij licht, Heer, en stap voor stap, niet meer”, schreef Newman, toen nog geen kardinaal. Zo mogen wij vol vertrouwen op weg gaan, onze weg vervolgen, zoals Abraham, niet wetend het land waar hij naar toe moest, zoals de Wijzen uit het oosten, zoekend, met gelukkige momenten én verdrietige, persoonlijke zoals Maria en Jozef en Jezus zelf die hebben gekend en die zijn er al direkt: geen plaats in de herberg, in ballingschap naar Egypte, een zwaard door Maria’s hart. Maar door lijden en dood heen wachtte de terugreis ook voor ons de Hem willen toebehoren. Dat is ons werkelijke, uiteindelijke geluk.