|
Marq
|
 |
« Reply #5 on: 15 December, 2008,; 14:44 » |
|
Het heeft even geduurd, maar hier is ' ie dan!
Wat atheisten niet kunnen beantwoorden
De Britse auteur G.K. Chesterton beweert dat elke blasfemische handeling een soort van eerbetoon aan God is, omdat het gebasseerd is op geloof. "Als iemand dit betwijfelt," schreef hij, "laat hem dan eens serieus nadenken en proberen blasfemische gedachten over Thor te hebben."
Zoals blijkt uit de New York Bestseller lijst is God de laatste tijd overstelpt door zulke eerbetonen. Een oneerbiedige drieeenheid - Christopher Hitchens, Sam Harris and Richard Dawkins - heeft veel boeken verkocht die theisme ervan beschuldigen gevoelens van haat aan te moedigen, sexualiteit te onderdrukken en kinderen te mishandelen (Hitchens keurt besnijdenis niet goed). Elk wonder is bedrog. Iedere mysticus is een gek. En dit atheisme wordt gepresenteerd als een bevrijdingsstrijd tegen eeuwen van geestelijke tyrannie.
God's bestaan bewijzen in minder dan 750 woorden zou zelfs voor Thomas Aquinas een uitdaging zijn. En ik vermoed dat een bepaald soort scepticus nog sceptisch zou blijven als er een eskader engelen in zijn voortuin zou landen. Dus wil ik alleen maar een vraag stellen: als de atheisten gelijk hebben, wat zou dan het effect zijn op menselijke moraliteit?
Als God als scheidsrechter van morele waarheid zou worden afgezet, zou dat natuurlijk niet betekenen dat iedereen ineens lid zou worden van de Crips of zou aanbellen bij de Playboy mansion. Zoals blijkt uit bewijs uit allerlei culturen, kunnen mensen goed zijn zonder God. En Hitchens is zelf deel van dat bewijs. Ik ken hem als een dapper intellectueel en niet-aflatend aardig mens, als hij tenminste niet iedereen die zijn ideeen enigszins in twijfel trekt meedogenloos afmaakt. Er zit iets intrinsieks in de moraliteit dat los staat van theologische overtuiging. Dat kan het resultaat zijn van evolutionaire biologie, socialisatie in de kindertijd or de chemie van het brein, maar de menselijke aard is hoe dan ook gebouwd voor meelevende en samenwerkende doeleinden.
Maar er is een probleem. In andere omstandigheden is de menselijke aard duidelijk ook gebouwd voor wrede uitbuiting, onbeheersbare woede, koel egoisme en een hele reeks minder wenselijke kenmerken.
Dus dit is het dilemma: Hoe maken we de keuze tussen goede en slechte instincten? Millennia lang heeft het theisme een antwoord gegeven: We moeten de betere delen van onze aard aanmoedigen omdat God dat van ons vraagt. Hoewel velen van ons dat bij lange na niet halen, blijft het ideaal gelden.
Atheisme heeft voor dit dilemma geen antwoord. Het kan niet zeggen, "gehoorzaam onze evolutionaire instincten" omdat die insticten in tegenspraak zijn. "gehoorzaam de chemie van ons brein" of "volg je mentale bedrading" klinken ook niet echt aanlokkelijk. Het zou volkomen redelijk zijn als iemand daarop reageerde met "Donder op met je bedrading en socialisatie, ik doe lekker wat ik zelf wil." C.S. Lewis verwoordde het zo: "Als alles dat 'het is goed' zegt is ontmaskerd, blijft alleen ' ik wil' over."
Er zijn er die beweren dat een zorgvuldig onderzoek van onze lange-termijn belangen - angst voor slechte gevolgen - ons egoisme in bedwang zal houden. Maar dat is uitzonderlijk absurd. Sommige mensen zijn erg goed in de egoistische uitbuiting van anderen. Velen komen er hun hele leven mee weg. Door hun wil naar macht uit te oefenen, benadrukken zij een kant van hun menselijke aard. Welke morele basis zou er in een puur materieel universum kunnen zijn om hen te veroordelen? Atheisten kunnen goede mensen zijn; maar zij hebben simpelweg niet de objectieve mogelijkheden om het gedrag van anderen die dat niet zijn te beoordelen.
De dood van God heeft grotere gevolgen dan meer tijd om te golfen op zondagochtend. En het zijn niet alleen de religieuze fundamentalisten die dat onderkennen. De stichters van de Verenigde Staten stonden publieke neutraliteit in religieuze zaken voor, maar het bestaan van geloof held hen niet koud. George Washington waarschuwde tegen de "veronderstelling dat moraliteit kan bestaan zonder religie". Over het algemeen geloofden de stichters dat de waarden die nodig zijn voor zelfbestuur - opoffering, eerlijkheid, gemeenschapszin - werden versterkt door religieus geloof en instellingen.
Niets van dit alles bewijst het bestaan van God. Maar het verheldert een punt waarover we het eens zijn - en die weer een diepere verdeeldheid onthult. Atheisten en theisten lijken het eens te zijn dat mensen een intrinsiek verlangen naar moraliteit en doelstelling hebben. Voor de theist is dat volkomen begrijpelijk: We verlangen naar liefde, eendracht en mededogen omdat een Schepper het zo bedoelt heeft. In een wereld zonder God, echter, is dit verlangen naar liefde en doel een wrede grap van de natuur - ons ingeprint door de evolutie, maar slechts leidend naar teleurstelling, net zoals wij gedoemd zijn tot het niets, levend op een planeet die zal worden verzengd door vuur voordat de zon duister en koel word.
Deze vorm van 'bevrijding' is vergelijkbaar met het bevrijden van een plant uit de grond of een walvis uit de oceaan. In dat soort vrijheid sterft er iets.
door Michael Gerson
Washington Post, vrijdag 13 juli 2007
|