Pages: [1]   Go Down
  Print  
Author Topic: Hoofdstuk 3 Het Evangelie van het Rijk Gods  (Read 570 times)
0 Members and 1 Guest are viewing this topic.
Salve Regina
Ark van Hoop
******
Offline Offline

Posts: 1 374


Niet meer actief op dit forum


« on: 08 March, 2009,; 16:38 »

Ik heb vanmiddag hoofdstuk 3 gelezen.

Wat mij het meest aansprak in dit hoofdstuk:

Het begin van Jezus’ openbare optreden en de inhoud van zijn verkondiging wordt door de evangelist Marcus kernachtig samengevat in: “de tijd is rijp en het Koninkrijk van God is ophanden. Bekeer u! Heb geloof in het Evangelie”.

Zowel Marcus als Mattheus noemen de verkondiging door Jezus “evangelie”.

Wat betekent “evangelie” eigenlijk?

Tegenwoordig wordt het vaak uitgelegd als “goede boodschap”: dit geeft echter de betekenis niet voldoende aan.

Het woord evangelie komt uit de woordenschat van de keizers van Rome, die zichzelf beschouwden als de heersers, de redders en verlossers van de wereld. Als de keizers iets te melden hadden, noemden ze dat “Evangelie”, los van de vraag of de inhoud van hun boodschap wel zo vrolijk of aangenaam was. Achterliggende gedachte was: wat van de keizer afkomstig is, is altijd een reddende boodschap. Het is niet alleen informatie, het verandert de wereld ten goede.

De evangelisten hebben deze term overgenomen. Het evangelie is een boodschap met macht, niet alleen woorden maar werkelijkheid. Het is niet alleen mededeling, maar ook actie, daadkracht, die verlossend en veranderend te werk gaat in de wereld.

Marcus spreekt over “Gods evangelie”.

De kerninhoud van het evangelie luidt: het Rijk Gods is nabij. De tijd wordt gemarkeerd, er gebeurt iets nieuws. Van de mensen wordt een antwoord gevraagd op dit geschenk: bekering en geloof.

Jezus’ prediking vóór het paasgebeuren draait om de boodschap van Gods Rijk, de prediking van de apostelen (de Kerk) na Pasen draait om de christologie.

In het hoofdstuk komt de vraag aan de orde hoe het Rijk Gods en Christus zich tot elkaar verhouden. Van het antwoord hant af hoe we de Kerk moeten verstaan.

Hoe is in de kerkgeschiedenis de uitdrukking “rijk” opgevat? Bij de kerkvaders kunnen we drie dimensies onderscheiden in hun uitleg van dit sleutelbegrip.
- de christologische dimensie:
Autobasileia: het Rijk in persoon, Jezus is zelf het Rijk.
In Hem is God zelf bij de mensen, hij is Gods aanwezigheid
- de idealistische of mystieke benadering:
lokaliseert het Rijk Gods wezenlijk in het menselijk innerlijk.
Daarbinnen groeit het en van daaruit heeft het zijn werking.
- De ecclesiologische uitleg:
Het Rijk Gods en de Ker worden op verschillende manier aan elkaar gerelateerd, meer of minder nabij aan elkaar.

Jezus verkondigde het Gods Rijk, niet zomaal een rijk. Het wordt door Mattheus het “Koninkrijk der hemelen” genoemd. Hij overstijgt onze wereld op oneindige wijze, maar Hij maakt er ook innerlijk deel van uit. Jezus verkondigt de Levende God.
In zekere zin is de vertaling “Rijk Gods” ontoereikend, we zouden beter kunnen spreken van het Heer-zijn van God of van Gods heerschappij.

De nieuwe nabijheid van het Rijk waarover Jezus spreekt en de verkondiging die zijn boodschap kenmerkt – deze nieuwe nabijheid is in Hemzelf gelegen. Door zijn aanwezigheid en zijn optreden is God opnieuw, hier en nu, handelend in de geschiedenis binnengekomen. Daarom zij nu de tijden vervuld. Daarom is het nu op unieke wijze tijd van bekering en boete alsook tijd van vreugde, ondat in Jezus God op ons toekomst. Jezus heerst zonder aardse macht, in liefde tot op het kruis.
Logged

Niet meer actief op het forum.
Pages: [1]   Go Up
  Print  
 
Jump to:  


Powered by SMF 1.1.13 | SMF © 2006-2011, Simple Machines LLC  •  Endless Mc by: © 2009, Crip