|
Salve Regina
|
 |
« on: 08 August, 2009,; 15:01 » |
|
In m'n boekenkast staan allerlei boekjes uit de tijd toen ik net m'n Eerste Heilige Communie gedaan had. Dat was op 30 april 1967. Eén van die boekjes bevat een erg aardig verhaal over de kleine Zacheüs uit Jericho. Het verhaal wordt verteld door de schrijfster Lea Smulder. En ik ga het nu aan jullie vertellen  ...hoop dat jullie het leuk vinden.... 
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #1 on: 08 August, 2009,; 15:11 » |
|
De mensen van Jericho
Het was in de tijd, dat Jesus op aarde leefde. Met zijn leerlingen reisde Hij door het land van de joden. En overal vertelde Hij de mensen over God, die onze Vader is. Het was in die tijd, dat de mensen uit hun huizen liepen, als Jesus in de buurt was. En dat ze soms dagenlang reisden om Hem te zien. Sommige mensen deden dat, omdat ze geloofden, dat Jesus van God kwam. Maar er waren er ook, die alleen maar nieuwsgierig waren. Ze dachten: Wat kan die man ons nu te vertellen hebben? Hij is niet rijk, hij is niet deftig. Hij is de zoon van een gewone timmerman uit Nazaret. Ze kwamen tóch naar Jesus luisteren. En als ze dan hoorden, wat Hij hun te leren had, werden ze stil. Hoe weet die Jesus dat allemaal? dachten ze. Hoe kan Hij zo praten? Zo mooi en zo wijs en toch zó, dat iedereen het begrijpen kan? Ook de mensen van de stad Jericho kenden Jesus van Nazaret wel. En toen ze op zekere dag hoorden, dat Jesus in hun stad zou komen, kwamen ze haastig hun huizen uit. In groepjes gingen ze staan praten. De mannen hier, de vrouwen ginds. Daartussendoor stoeiden opgewonden de kinderen. “Zou Jesus echt wonderen kunnen doen?” vroeg een kleine jongen, die David heette. “Vast en zeker” knikte zijn zusje. “Vader zegt het zelf. God heeft Jesus naar ons toegestuurd. En daarom kan Hij wonderen doen”. “Ik wou dat Jesus bij ons ook een wonder deed,” zei David. “Kom mee, we gaan proberen een mooi plaatsje langs de weg te vinden. Dan kunnen we Hem heel goed zien.” David en zijn zusje scharrelden tussen de grote mensen door naar de stadspoort. Daar zou Jesus de stad Jericho binnenkomen. Maar de grote mensen waren nog lang niet uitgepraat. Er waren ook zóveel dingen, waarover ze wat te vertellen hadden. Over wat Jesus gezegd had. En wat Hij deed. En over alles wat Hij beloofde. Het was allemaal heel mooi. “Zou hij al gauw komen?” vroeg een man, die zó klein was dat hij helemaal omhoog moest kijken, om met de andere mensen te kunnen praten. Zacheüs heette hij. “Wou jij Jesus zien?” zeiden de mensen. “No, dan mag je eerst wel eens een beetje braver worden. Jesus wil dat je goed bent voor de armen. Jesus wil dat je eerlijk bent. Je mag je leven eerst wel eens beteren, als jij Jesus wilt zien.” De kleine Zacheüs keek omhoog, naar al die mensen om hem heen. Die kenden hem heel goed. Ze wisten precies wat voor een mannetje hij was. En ze dachten allemaal: Wat moet een mannetje als Zacheüs nu bij Jesus doen? “Nou, ik mag toch wel naar Hem kijken?” zei Zacheüs. Maar de mensen van Jericho luisterden niet eens meer naar hem. Ginds, bij de stadspoort, werden geroepen: “Jesus komt! Jesus komt!” De leerlingen van Jesus, die vooruit gelopen waren, kwamen de stad al binnen. Haastig gingen de mensen Hem tegemoet. En op Zacheüs, die kleine man, lette niemand meer.
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #2 on: 08 August, 2009,; 15:46 » |
|
De blinde bedelaar
Aan de stadspoort van Jericho kon je alle dagen een arme blinde bedelaar zien zitten. Hij zat daar in de zomer en in de winter. Hij zat daar als de lucht blauw was en als de zon scheen. Hij zat er ook, als er grijze regenwolken boven de aarde hingen. Maar de bedelaar kon daar allemaal niets van zien. Niets van de blauwe lucht en niets van de regenwolken. En als de zon scheen, kon hij dat enkel maar voelen. De bedelaar was blind en om hem heen was het altijd zo donker als de nacht. Ook de blinde bedelaar van Jericho had gehoord, dat er een man door het land reisde, die door God naar de mensen was gestuurd. Ze hadden hem verteld, dat Jesus van Nazaret de mensen leerde, hoe ze in de hemel moesten komen. En dat Hij wonderen deed. Toen de bedelaar de mensen hoorde roepen: “Jesus komt, Jesus komt!” hief hij zijn armen omhoog en roep: “Jesus, help mij! Jesus, help mij!” “Stil toch!” zeiden de mensen, die voorbij kwamen. “Schreeuw niet zo hard. Denk je soms, dat Jesus naar Jericho gekomen is, alleen om een bedelaar te helpen!” Maar de bedelaar luisterde niet. Hij riep nog ééns zo hard: “Jesus, Jesus, help mij!” Juist kwam Jesus met zijn vrienden de stadspoort binnen. Dadelijk zag Hij de bedelaar en Hij bleef staan. “Breng die man bij Mij,” zei Jesus. De mensen namen de blinde bij de hand, hielpen hem overeind en brachten hem bij Jesus. En Jesus vroeg: “Wat wil je, dat ik voor je doe?” “Heer!” riep de blinde, “maak dat ik zien kan!” Als Jesus het wil, zal ik niet blind meer zijn, dacht hij. Jesus kan mij helpen, want Hij komt van God. “Zie,” zei Jesus, “omdat je in Mij gelooft, zal Ik je redden.” En plotseling kwam er licht in de ogen van de bedelaar. Het licht van de zon en hij kon zien. Het eerste wat hij zag was Jesus. Die stond vlak vóór hem en Hij lachte hem toe,. “Dank U Jesus!” riep de bedelaar. “God is groot en goed! Hij heeft U naar ons toegestuurd. Ik wil met U meegaan Jesus en ik wil altijd bij U blijven!” Alle mensen, die bij de stadspoort een plaatsje hadden kunnen vinden, hadden gezien wat er gebeurd was. Ze riepen: ”God is groot! God is goed! En Jesus komt van God!”. Ook David en zijn zusje hadden het wonder gezien. “Kijk David!” fluisterde het meisje. “Daar loopt de bedelaar, maar hij is niet blind meer. Hij loopt heel gewoon, net als alle andere mensen. En hij kijkt om zich heen. Zie je wel, hij lacht tegen ons. Jesus heeft een wonder gedaan. Een groot, echt wonder!” Hand in hand liepen David en zijn zusje met de mensen mee. Ze waren heel blij en opgewonden. Net of het feest was. Het wàs ook feest. Jesus was in Jericho en David en zijn zusje mochten heel dicht bij Hem zijn.
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #3 on: 08 August, 2009,; 15:54 » |
|
De kleine Zacheüs
Toen de mensen van Jericho weggelopen waren, om Jesus te gaan zien, was de kleine Zacheüs alleen achter gebleven. Hij had ze na staan kijken, al die mensen, die dachten dat ze zelf zo braaf waren. Zacheüs was boos. Hoe durfden die mensen zo tegen hem te praten? Hoe durfden ze te zeggen, dat hij zijn leven beteren moest? Phoe, dacht Zacheüs, ik krijg ze nog wel. Langzaam keerde hij zich om en ging naar huis. Als de mensen van Jericho vonden, dat hij niet braaf genoeg was om Jesus te zien, nou, dan ging hij maar niet kijken. Wat kon hem die Jesus eigenlijk schelen? Ik ben de slimste man van heel Jericho, dacht Zacheüs. Zo klein als ik ben! En misschien ben ik wel de rijkste ook. Laat al die domme mensen nu maar naar Jesus gaan kijken. Ik krijg ze nog wel. Ik krijg ze nog wel! Het huis van Zacheüs was heel mooi en heel rijk. In alle kamers lagen dikke, zware tapijten. En op de rustbanken lagen kussens, die zo zacht waren als fluweel. “Al die mooie spullen zijn van mij!” zei Zacheüs in zichzelf. “Al die schalen van goud, die bekers van zilver en die beelden van steen en ivoor. Breng mij één man in Jericho, die zulke mooie dingen heeft als ik!” Zo pratend in zichzelf, liep de kleine Zacheüs van de ene kamer naar de andere. Maar hij kon er niet toe komen, wat te gaan liggen op een van prachtige rustbanken in zijn huis. Rusteloos liep Zacheüs heen en weer. “Het is fijn om zoveel moois te hebben!” zei hij hardop. “Het is heerlijk om rijk te zijn. Om geld te hebben, zoveel je maar wilt!” Het was heel vreemd, dat dat kleine mannetje zo alleen stond te praten. Hardop en toch in zichzelf. “Wat hééft meneer Zacheüs?” dacht de knecht, die even om de hoek kwam gluren. Hij ging haastig weer weg. “Er is vast iets niet in orde met hem,” dacht hij. “Wie praat er nu hardop, terwijl hij helemaal alleen is?” De knecht wilde niet laten merken, dat hij het gehoord had. “Anders schaamt meneer Zacheüs zich nog,” dacht hij. Maar Zacheüs dacht niet eens aan zijn knecht. Hij dacht aan Jesus. Zomaar opeens moest hij aan Jesus denken. Hij verlangde ernaar om Jesus te zien. Hij wilde het zó graag, dat hij geen rust had kunnen vinden in zijn mooie, rijke huis. “Ik ga,” zei hij plotseling. “Ik wil Hem óók zien. Heel even maar”. Langzaam keerde hij zich om en ging naar buiten. Zijn knecht keek hem na. “Er is wat met meneer Zacheüs, “ knikte hij. “Eerst ging hij uit, toen kwam hij thuis, liep maar rond en praatte in zichzelf en nu loopt hij weer naar buiten. Zo heb ik mijn meester nog nooit gezien” zei de knecht. “Nee, nog nooit!”
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #4 on: 08 August, 2009,; 16:09 » |
|
Op zoek naar Jesus
Zacheüs liep door de straten van Jericho. Daar was het nu heel stil. Bijna alle mensen waren uitgelopen om Jesus te zien. “Als ik maar niet te laat kom”, dacht Zacheüs. Hij begon wat haastiger te lopen. Hij wist wel, dat Jesus soms bij iemand binnen ging. “Ik moet voortmaken” dacht hij. “Als Jesus al ergens binnen is, ben ik te laat.” Steeds vlugger begon hij te lopen. Het kon hem helemaal niets meer schelen, wat de mensen van hem zeiden. Hij wilde Jesus zien, net zo goed als de andere mensen. Eindelijk kwam hij aan de weg, waar Jesus langs zou komen. Maar wat een drukte was het daar! De mensen stonden drie-vier-vijf rijen dik. Voorop hadden de kinderen een plaatsje gekregen. De mensen die achteraan stonden, rekten hun halzen uit en gingen op hun tenen staan, om toch vooral maar wat te kunnen zien, van de weg, waarover Jesus komen zou. Niemand keek achterom. Daar stond Zacheüs. Hij hijgde. Hij had zó haastig gelopen, dat hij helemaal buiten adem was. En nu stond hij daar, als allerachterste. Hij, dat kleine rijke mannetje van Jericho. Was er hier of daar misschien nog een klein open plekje, waar hij doorheen zou kunnen kijken? Zacheüs liep speurend achter de mensen door. Maar er was nergens een kijkgaatje voor hem te ontdekken. Teleurgesteld keek Zacheüs omhoog. Naar al die hoge ruggen, daar vóór hem. Hoe zou een kleine man als hij daar ooit boven uit kunnen kijken? In de verte begonnen de mensen te juichen. Daar kwam Jesus dus eindelijk aan. Nog hoger rekten de mensen zich uit en nòg kleiner leek Zacheüs, dat kleine mannetje, daar helemaal achteraan.
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #5 on: 08 August, 2009,; 16:28 » |
|
De vijgeboom
Aan het gejuich van de mensen kon Zacheüs horen, dat Jesus steeds dichterbij kwam. Maar zien kon hij niets. Toch wilde hij niet teruggaan naar zijn huis. Hij was voor Jesus hier naar toe gekomen en hij wilde Jesus zien. “Daar is Hij, daar is Hij!” riepen de mensen, die vóór hem stonden. “God is groot! God is goed! Jesus, U komt van God. Wat fijn dat U bij ons gekomen bent!” Nu moet Jesus dus vlak vóór me zijn, dacht Zacheüs. En heel stil bleef hij een ogenblik staan luisteren. Toen liep hij weg, zo hard hij kon. Nee, niet terug naar zijn huis, maar langs de weg, die Jesus nog moest gaan. Overal stonden mensen. Nergens was voor Zacheüs nog een plaatsje vrij. Natuurlijk had Zacheüs wel kunnen vragen, of hij een eindje naar voren mocht. Maar hij durfde niet goed. Misschien zouden de mensen wel weer zeggen: “Jij bent niet braaf genoeg Zacheüs. Jij mag eerst je leven wel eens beteren, voor je Jesus mag zien.” Daarom vroeg Zacheüs maar niets. Hij liep verder en verder en plotseling zag hij daar een vijgeboom staan. Toen Zacheüs nog een kleine jongen was geweest, was hij vaak genoeg in een vijgeboom geklommen. Maar dat was al lang geleden. Zacheüs wist zelf niet meer, hoeveel jaren er voorbij gegaan waren, sinds hij voor het laatst boven in een vijgeboom gezeten had. Rijke en deftige mannen deden zulke dingen immers niet. Maar nu, terwijl Jesus in aantocht was, voelde Zacheüs zich plotseling niet meer deftig en niet meer rijk. Hij voelde zich klein. Veel kleiner nog dan dat hij was. En als je je zo klein voelt, is het ook niet erg meer om in een boom te klimmen. Zacheüs bedacht zich niet lang. Hij haastte zich naar de boom, pakte een van de laagste takken en begon zich omhoog te trekken. Dat ging niet meer zo gemakkelijk als vroeger. Maar Zacheüs klemde zijn tanden op elkaar. Hij zette zijn voet tegen de stam en werkte zich op de tak. Er was een vuile plek gekomen op zijn mooie mantel, maar daar lette Zacheüs niet op. Hij had er trouwens geen tijd voor, want nóg hoger wilde hij. Daar greep hij al een tak, die boven zijn hoofd hing. Hij trok zich op. Hoger, nóg hoger. Zijn hoofd zag rood van alle inspanning. Er liep een zwarte streep over zijn wang. Maar eindelijk was hij boven in de boom geklommen. Helemaal hoog boven alles en iedereen zat hij daar. Nu kon hij uitkijken over al die grote mensen daar beneden. Hij kon de weg zien. Zacheüs boog zich voorover. Ja, daar kwamen Jesus leerlingen al. Zij gingen voorop en riepen, dat Jesus er aan kwam. Die man, die daar in hun midden liep, was dat de blinde bedelaar niet, die altijd aan de stadspoort zat? Wat vreemd, dacht Zacheüs. Nu kijkt hij gewoon om zich heen. En hij lacht, net als alle andere mensen. Nee, blijer nog. Maar vóór Zacheüs daar nog over na kon denken, zag hij Jesus. Daar was Hij dan eindelijk. Hij liep vlak langs de mensen. Sommigen drukte Hij de hand. De kleine kinderen streek Hij lachend over hun haar. Je kon zó aan Hem zien, dat Hij heel veel van de mensen hield. Hij knikte toe en zegende hen. Zacheüs klemde zich vast aan de tak, waarop hij zat en boog zich nog verder naar voren. Hij wilde zó goed naar Jesus kijken, dat hij Hem nooit meer zou kunnen vergeten. Alle mensen juichten en zongen Jesus toe. Maar Zacheüs juichte niet en zong niet. Hij zat daar maar. En keek. En keek!
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #6 on: 08 August, 2009,; 17:02 » |
|
Ook Jesus keek
De mensen van Jericho voelden zich blij en gelukkig, toen Jesus zo vlak langs hen liep. Sommigen staken hun handen uit en raakten heel even zijn kleed aan. Jesus lachte ze toe, alsof Hij zeggen wou: “Mensen, ik hou zoveel van jullie. Houden jullie ook zoveel van Mij?” “En van de Vader, die in de hemel woont?” Toen opeens, bleef Jesus staan. En hij keek. Niet naar de mensen, die helemaal vooraan stonden. Ook niet naar de mensen, die wat naar achter waren gedrongen. Jesus keek nog verder. Hij keek over de hoofden van alle mensen heen. Wat is dat? dachten ze allemaal. Wat kan dat zijn, daar achter ons, waar Jesus zo naar kijkt? Nieuwsgierig keerden ze zich om. En daar zagen ze, hoog in de vijgeboom, Zacheüs zitten. De mensen van Jericho hielden hun adem in. Jesus keek naar Zacheüs. Dat rijke, oneerlijke mannetje! Dat altijd maar aan geld dacht. Geld, geld en nog eens geld. En dat vast nog nooit wat aan de armen had gegeven. Wat zou Jesus gaan doen? Hij zal wel heel boos op Zacheüs zijn, dachten de mensen. En misschien hoopten ze ook wel, dat Jesus hem eens goed zou zeggen, hoe hij over mensen als Zacheüs dacht. Kleine David en zijn zusje keken met grote verbaasde ogen naar het deftige mannetje in de vijgeboom. “Zie je dat Daaf?” fluisterde het meisje. “Sssst,” deed David, want om hem heen was alles stil. Iedereen keek omhoog naar die kleine man. Daar zit je nou, dachten ze. Met al je geld. Nou zul je eens wat horen. Wat zal Jesus tegen jou wel gaan zeggen! Maar Zacheüs lette niet eens op al die mensen. Hij lette alleen maar op Jesus. Die stilstond op de weg en die naar hem keek. Zacheüs verroerde zich niet. Wat wilde Jesus van hem? Wist Jesus wel wie hij was? Wat zou er nu toch allemaal gaan gebeuren? Toen zei Jesus: “Zacheüs, kom vlug naar beneden. Want vandaag wil Ik komen in jouw huis!” Dat had Zacheüs nooit durven denken. Zijn mond zakte open van verbazing. En één ogenblik bleef hij doodstil ziten. Toen schrok hij op en knikte opgewonden: “Ja Heer, ik kom!” Met één zwaai was hij van de tak. Haastig begon hij omlaag te klauteren. Het ging veel langzamer dan hij wilde. Als je niet meer gewend bent om in bomen te klimmen, gaat omlaag nog moeilijker dan omhoog. Maar Jesus wachtte op hem. Hij moest voortmaken. Zo vlug hij maar kon liet hij zich zakken van tak tot tak. Hij schramde zijn hand, zijn baard raakte in de war en zijn mantel werd nog vuiler dan hij al was. Wat gaf dat allemaal? Jesus had Zacheüs geroepen. Eindelijk kwam hij met een plof op de grond terecht. De mensen langs de weg waren uit elkaar gegaan om Jesus en zijn vrienden door te laten. Ze waren allemaal zó verbaasd over wat er gebeurd was, dat ze in het eerste ogenblik niet wisten, wat ze moesten zeggen. Maar Zacheüs wist het wel. “Wat ben ik blij Heer!” riep hij. “Wat een geluk, dat U mee wilt gaan naar mijn huis! Kom Heer, ik ga voorop en wijs U de weg!” Eerbiedig liep de kleine man Zacheüs voor Jesus uit. Het was alsof hij droomde. Jesus zou bij hem komen. Jesus, die door God naar de mensen was gestuurd. Die zou met hem komen praten en bij hem blijven eten. O, wat was Zacheüs blij! Maar ineens begon hij zich te schamen. Hij schaamde zich, omdat hij in zijn leven zo weinig goede dingen had gedaan. Hoe kan ik Jesus nou ontvangen? dacht hij. Ik heb niet braaf geleefd, ik ben dikwijls niet eerlijk geweest. Ik heb bijna altijd aan geld gedacht en bijna nooit aan God. Het kan niet waar zijn, dat Jesus met mij meegaat, dacht Zacheüs. Hij durfde haast niet om te kijken. Maar toch deed hij het nu en dan. Was Jesus er nog? Of was Hij meegegaan met de andere mensen, die beter leefden dan hij. Nee, Jesus volgde hem nog altijd. Het was geen droom. Het was helemaal echt. Zo kwamen ze aan het huis van Zacheüs. En nog erger moest die kleine man zich schamen. Zijn huis was immers zo groot, zo deftig en zo rijk. Maar Jesus had niets. Hij had nog geen steen, om zijn hoofd op te leggen. Daarom boog Zacheüs diep het hoofd, terwijl hij zei: “Gaat U binnen, Heer Jesus en wees welkom in mijn huis”. Toen ging Jesus naar binnen. En de kleine man volgde hem.
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #7 on: 08 August, 2009,; 17:15 » |
|
Vóór het huis van Zacheüs
Toen de mensen van Jericho van hun verbazing waren bekomen, waren ze Jesus en Zacheüs achterna gelopen. Kijk, wezen ze. “Daar gaat Jesus nu. Zacheüs, die oneerlijke man, loopt voorop en neemt Hem mee naar zijn huis.” “Zou Jesus werkelijk bij hem binnen gaan?” vroeg Juda, de pottenbakker van Jericho. Hij droeg de kruik, die hij zojuist gebakken had, nog in zijn arm. Zó haastig was hij uit zijn werkplaats weggelopen, om Jesus te zien. “Waarom komt Jesus niet bij mij?” mopperde hij. “Ik ben niet on-eerlijk, zoals die Zacheüs. Ik wil geen geld afnemen van arme mensen, om zelf een mooi huis te kunnen bouwen. Het was beter geweest, als Jesus bij mij wilde zijn.” “Je hebt gelijk, pottenbakker!” morden de mensen. “Wij leven heel wat beter dan dat rijke mannetje Zacheüs. Waarom komt Jesus niet in òns huis. Kun jij begrijpen, wat Hij toch te zoeken heeft, in het huis van zo’n on-eerlijke man?” Hoe meer de mensen erover praatten, hoe bozer ze werden en hoe harder ze gingen schreeuwen. Kleine David en zijn zusje keken ontdaan omhoog. Waarom schreeuwden en mopperden al die grote mensen nu toch zo? Zo pas waren ze allemaal nog blij en gelukkig geweest. Ze hadden Jesus toegejuicht en geroepen dat Hij van God kwam. Ze wisten toch ook, dat Jesus de blinde bedelaar genezen had. Een écht wonder was er gebeurd in Jericho. En nu was al het blije en mooie opeens weg. Alleen omdat Jesus met die kleine man was meegegaan. En omdat Hij nu binnen was, in dat mooie, deftige huis. Kleine David en zijn zusje begrepen er niets van. Ze wisten ook niet, wie Zacheüs eigenlijk was. Ze vonden het wel grappig, dat hij zo klein was. En dat hij daar straks in de vijgeboom geklommen was, nou, dat vonden ze best leuk van hem. Waarom moesten al die mensen nu toch zo boos zijn? Was Jesus dan opeens niet groot meer en niet goed? Nee, dat konden ze toch niet geloven. “Kom mee”, fluisterde David en hij trok zijn zusje mee, heel dicht naar het huis van Zacheüs. Op hun tenen slopen ze tot vlak onder het raam. Daarbinnen waren Jesus en Zacheüs. Hoorden die wel hoe de mensen met hun allen mopperden! Kijk, de pottenbakker zwaaide met zijn vuist en hij was zó opgewonden, dat hij de pas-gebakken kruik uit zijn arm liet glijden. Pats, daar lag de kruik in stukken op de grond. “Ook dàt nog!” riep de pottenbakker. “Ik dacht dat we een heerlijke dag in Jericho zouden hebben. Maar Jesus is bij Zacheüs binnen gegaan en nu is mijn kruik nog gebroken óók!” “Maar Jesus heeft de blinde bedelaar toch geholpen. Dat is toch iets om blij om te zijn!” riep David’s zusje met de hand aan haar mond. Niemand luisterde naar haar. Het meisje keek haar broertje vragend aa. “Snap jij nou iets van die grote mensen?” vroeg ze. “Nee”, zei kleine David. “Nee zusje, ik snap het niet.
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #8 on: 08 August, 2009,; 18:35 » |
|
De grote Gast
Toen Jesus het grote, deftige huis van Zacheüs was binnengegaan, was de kleine man hem buigend vooruit gelopen. “Ga zitten Heer en rust wat uit. U zult wel moe zijn van het gedrang van al die mensen om U heen. Zacheüs schoof zijn mooiste bank naar voren en legde er zijn dikste en zachtste kussen op. Zo gauw Jesus was gaan zitten, haastte Zacheüs zich naar zijn knecht en liet hem de beste wijn uit zijn kelder halen. “Zie je wel, dat er iets niet in orde is met mijn meester,” dacht de knecht. “De beste wijn en dat nog wel op een gewone dag. Dat is niets voor die gierige meneer Zacheüs.” Maar dat was nog niet alles. Er moest vlug een groot feestmaal worden klaargemaakt. De knecht knikte gehoorzaam van ja, maar nauwelijks was Zacheüs verdwenen, of hij ging naar het venster. Hij had daarbuiten iets horen roepen over Jesus van Nazaret. Zou dàt de hoge gast soms zijn, waarvoor dat heerlijke eten en drinken moest worden klaargemaakt? Ja, toen hij even geluisterd had, wist hij het zeker. De mensen daarbuiten waren er boos om. Maar de knecht was blij. En vol ijver ging hij aan de slag om het feestmaal voor Jesus zo goed mogelijk te verzorgen. Intussen was Zacheüs weer bij Jesus gekomen. Hij schaamde zich nog altijd. Hij durfde Jesus haast niet aan te kijken. Terwijl ze samen aan tafel gingen en de wijn en het eten werden binnengedragen, hoorden ze buiten de mensen roepen: “Bij iemand als Zacheüs wil Jesus zijn. Bij zo’n oneerlijk mannetje. Hij is rijk geworden van ons geld. En Jesus gaat met hem naar binnen en eet met hem!” Zacheüs schoof zijn bord van zich af. Het eten smaakte hem niet. Hij werd heel bleek en keek naar Jesus. Zou Jesus ook luisteren naar de mensen, buiten op straat? Stel je voor, dat Hij zou opstaan en weggaan uit zijn huis! De kleine man begon te beven van verdriet. Aarzelend ging hij van tafel en kwam naar Jesus toe. “Heer”, zei hij smekend. “Het is waar, dat ik niet geleefd heb als een goed mens. Maar nu U bij mij bent gekomen, wil ik het allemaal anders gaan doen. Ik ga de helft van alles wat ik bezit, weggeven aan de armen. En als ik voor iemand oneerlijk ben geweest, wil ik het vierdubbel goedmaken. Heer Jesus, ga niet weg van mij. Ik ben zo gelukkig dat U gekomen bent. Ik heb spijt van alle verkeerde dingen, die ik heb gedaan. Voortaan wil ik leven, zoals U het de mensen leert!” Zo praatte de kleine Zacheüs. Er rolde een traan over zijn wang, zó verdrietig was hij. Maar vreemd, hij was verdrietig en tóch blij. Want Jesus zat daar in zijn huis en hij stond niet op, om weg te gaan, zoals de mensen daarbuiten graag wilden zien. Jesus wilde bij hem blijven, al had Zacheüs dan ook nog zo dikwijls in zijn leven iets verkeerds gedaan. De mensen voor het huis mopperden maar door. Juda, de pottenbakker, raapte boos de scherven van zijn kruik bij elkaar. “Ik had gedacht dat we iets anders zouden beleven, nu Jesus in Jericho is!” riep hij uit. “Maar inplaats van bij ons te blijven, gaat hij in het huis van de kleine rijke Zacheüs. De pottenbakker schreeuwde zo hard, dat Jesus en Zacheüs het goed konden verstaan. Zacheüs zuchtte: wat vond hij het erg, dat de mensen zo boos op Jesus waren geworden! Hij wilde zo graag wat voor Jesus doen. Hoe kon hij zorgen, dat de mensen daarbuiten weer tevreden werden? Nadenkend streek hij over zijn baard. Hij schudde zijn hoofd. Hij wist het niet. Maar Jesus wist het wel. Hij wist wel waarom de mensen zo mopperden! Ze hadden zijn woorden nog niet goed begrepen. Jesus had ze geleerd dat ze van elkaar moesten houden. Niet alleen van de mensen, die goed waren en eerlijk. Maar ook van de mensen als Zacheüs. Jesus had het hun al dikwijls gezegd, maar ze waren het zeker weer vergeten. Hij stond op en ging voor het raam staan. En Hij wenkte Zacheüs, dat hij naast hem moest komen. Toen de mensen Jesus en Zacheüs daar zagen, werden ze plotseling heel stil. De pottenbakker liet van schrik de scherven weer uit zijn handen vallen. Rinkelend kwamen ze voor zijn voeten terecht. Kleine David kneep zijn zusje van opwinding in de hand. Zij stonden helemaal vooraan. Vlak bij het raam. Nu konden ze Jesus heel goed zien. De bedelaar, die genezen was en die stil bij Jesus’ leerlingen was gebleven, riep: “daar is Hij, luistert!” En dat deden de mensen. Want ze begrepen wel, dat Jesus nu wat zou gaan zeggen. Daarom was er niemand die nog wat riep. Ze keken allemaal naar Jesus op. Met open mond. En met grote vragende ogen.
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #9 on: 08 August, 2009,; 18:36 » |
|
Jesus sprak de mensen toe
“Mensen”, zei Jesus, “waarom zijn jullie boos! Er is juist zoiets moois gebeurd. Er is een groot geluk gekomen over het huis van Zacheüs. Al heeft deze kleine man in zijn leven veel verkeerde dingen gedaan, hij is toch een kind van God. Weten jullie dan niet meer, hoe ik je geleerd heb, dat alle mensen van elkaar moeten houden. En zijn jullie óók vergeten, waarvoor Ik op aarde ben gekomen?” Terwijl Jesus zo aan het praten was, keek Hij naar de gezichten van de mensen, die vóór hem stonden. Ze hadden daar-even zo gemopperd. Nu keken ze niet boos meer. Ze luisterden naar hem en er waren er ook, die zich schaamden, omdat ze zo dom waren geweest. “Ik ben op aarde gekomen”, ging Jesus verder, “om de mensen te helpen. Niet alleen de brave mensen, de vrienden van God. Maar vooral ook de mensen, die niet goed geleefd hebben. Ik ben gekomen om ze op te zoeken en ze te redden!” Ja, nu wisten de mensen het weer. Helemaal voor niets hadden ze op Jesus gemopperd. “God is groot en goed en Jesus komt van God!” riep de bedelaar uit en veel mensen riepen het hem na. Ook kleine David en zijn zusje, die heel stil naar Jesus’ woorden geluisterd hadden, riepen met de grote mensen mee. En de kleine Zacheüs riep het hardst van allemaal. Want het was zoals Jesus gezegd had: er was een groot geluk gekomen over zijn huis. Nog veel meer vertelde Jesus aan de mensen, daar voor het huis van Zacheüs. En alles wat hij zei, staat opgetekend in het heilige boek, dat Evangelie heet. Zo kunnen de mensen ook nu nog Jesus’ woorden lezen en er naar luisteren. Niet alleen de mensen, die denken dat ze erg braaf zijn. Maar ook de mensen, die weten dat ze dikwijls ongehoorzaam zijn aan God. Want dat Jesus ook voor hen is mens geworden, leert hun de geschiedenis van de kleine Zacheüs, die ik uit het Evangelie navertelde in dit boek.
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #10 on: 08 August, 2009,; 18:38 » |
|

|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #11 on: 08 August, 2009,; 18:39 » |
|
Gegevens
Titel van het boek: De kleine Zacheüs
Auteur: Lea Smulders
Uitgeverij: Cantecleer De Bilt
Band en tekeningen van Coby C.M. Krouwel
Imprimatur: G.J. v.d. Meer a.h.d. Utrecht, 28 januari 1963
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|
Totus Tuus
|
 |
« Reply #12 on: 09 August, 2009,; 00:06 » |
|
aaaah deze ga ik op school vertellen 
|
|
|
|
|
Logged
|
What part of "hoc est enim corpus meum" don't you understand?!
|
|
|
|
Salve Regina
|
 |
« Reply #13 on: 09 August, 2009,; 08:06 » |
|
Leuk!  Stiekum hoopte ik zoiets  Laat je weten hoe het gegaan is?
|
|
|
|
|
Logged
|
Niet meer actief op het forum.
|
|
|
|