Bij deze de column van Martin Bril van de Volkskrant over de Sacramentsprocessie van vorig jaar als mogelijke aansporing. Zuinig bewaard...


11 juni 2007
VERTOON VAN GELOOF
Laatst was ik bij de EO op bezoek. Die omroep heeft haar hoofdkwartier in een oud klooster in Hilversum en ik dwaalde wat door de lange gangen. Er hingen grote portretten van oude mannen, de oprichters van de omroep, veertig jaar geleden. Broeder Tielle, broeder Kits, broeder Joh. van Oostveen, broeder Ramaker. Mannen met markante brillen en alpinopetten, evangelisten, noeste Bible-belters.
Barneveld, Spakenburg.
Verder waren er ook nog aandoenlijke foto's te zien van de eerste EO-landdagen, verslaggevers op reportage in het Heilige land (met een Arriflex 16mm-camera!) en Gert en Hermien Timmerman op het hoogtepunt van hun christelijke kunnen: zij uitgemergeld en hij blakend als een os.
Nog meer geloof: gisteren zag ik een processie langs de Amsterdamse grachten trekken. Sinds een paar jaar mag dat weer; boven de rivieren was religieus vertoon in de openbaarheid eeuwenlang verboden. Zo'n processie zie ik toch liever dan een EO-jongerendag waar de minister van jeugd en Gezin zichzelf begeleidend op een gitaar de lof van Christus zingt. Geloof moet iets geheimzinnigs hebben. Samen heel hard "Jezus is je beste vriend!" roepen, is de hond in de pot.
De processie stond onder aanvoering van bisschop Punt van Haarlem en de apostolische nuntius in Nederland, monseigneur Bacqué. Beiden droegen schitterende gewaden, en bisschop Punt ook nog een lange, grijze baard en een wat tobberige uitdrukking op de bleke wangen. De nuntius daarentegen was een man die zich het goede van het leven duidelijk liet smaken.
Om en om droegen deze heren de monstrans waarin het lichaam van Jezus in de vorm van een geconsacreerde hosti ("Hoc est enim Corpus Meum") werd meegevoerd. Een groot zilveren ding, die monstrans, met in het centrum een glazen oog waarin de hosti heen en weer schudde. Dit alles onder een baldakijn ("een hemel van met goud of zilver doorweven stof," om Van Dale te citeren) die door vier priesters werd gedragen. Dit alles werd weer voorafgegaan en gevolgd door andere geestelijken die met grote wierookpotten zwaaiden. Af en toe leek de processie daardoor even in dikke nevels te verdwijnen, beter kon het niet.
Prachtig.
Het was, leerde ik, de Sacramentsprocessie van de Onze Lieve Vrouwekerk aan de Keizersgracht, een kerk die door de katholieken van Amsterdam gedeeld wordt met Syrisch-orthodoxen en Surinaamse gelovigen. Dit was in de optocht goed te zien. Blank en zwart, jong en oud liepen in rustige devotie langs de grachten. Op kop marcheerde het fanfare-orkest Wilhelmina uit Volendam, in klederdracht, dat onbegrijpelijk mooi op de toeters blies. De volgelingen zongen, prevelden Ave-Maria's en baden het Onze Vader. Ondanks de drukkende, klamme hitte was er weinig zweet te zien.
Kleine meisjes in fleurige jurken hadden manden met bloemblaadjes aan de arm, en strooiden die uit, mannen in oude pakken met grimmige gezichten droegen vaandels met merkwaardige tekens erop, pelgrims oude bijbels, nonnen in zomerhabijt leken voor het eerst de zon te zien, een dikke man had zich uitgedost als een Napoleontische maarschalk, inclusief onderscheidingen, Koptische priesters droegen vreemde mijters, en Afrikaanse zendelingen waren op blote voeten.
Het meest opmerkelijke was de eerbied die de processie afdwong. Honderden mensen stonden langs de route, en keken alleen maar. We bevonden ons in het hart van Amsterdam, aan het begin van een hete middag, Sodom en Gommora zou je kunnen zeggen, maar toch viel de stad telkens even stil als het lichaaam van Christus voorbij werd gedragen. Rouvoet en de mannenbroeders van de EO zie ik zoiets niet flikken. Hun geloof heeft als uiterlijk vertoon alleen het eigen gelijk. Daar is geen geheim aan.
Geschreven op 11 juni 2007